Zoeken
Zoeken kan via de modus 'eenvoudig zoeken' (één veld) of uitgebreid via 'geavanceerd zoeken' (meerdere velden). Zo kan je bv. zoeken op een combinatie van een auteursnaam (auteur), een jaartal (jaar) en een documenttype.
Boekenmand
Nuttige resultaten kan je aanvinken en toevoegen aan een mandje. De inhoud hiervan kan je exporteren of afdrukken (naar bv. PDF).
RSS
Op de hoogte blijven van nieuw toegevoegde publicaties binnen uw interessegebied? Dit kan door een RSS-feed (?) te maken van jouw zoekopdracht.
nieuwe zoekopdracht
Effecten van verschuivingen van nutriëntenconcentraties op biota in de Nederlandse kustwateren: Mesocosm-experimenten TNO Den Helder. Indicaties voor het ontstaan van eutrofiëringsverschijnselen
Jak, R.G.; Scholten, M.C.Th. (1994). Effecten van verschuivingen van nutriëntenconcentraties op biota in de Nederlandse kustwateren: Mesocosm-experimenten TNO Den Helder. Indicaties voor het ontstaan van eutrofiëringsverschijnselen. BEON Rapport = BEON-report, 1. Programma Bureau BEON: Den Haag. 36 pp.
Deel van: BEON Rapport = BEON-report. Programma Bureau BEON: Den Haag. ISSN 0924-6576, meer
|
| Auteurs | | Top |
- Jak, R.G.
- Scholten, M.C.Th.
|
|
|
| Abstract |
TNO Den Helder kent een zeer lange traditie in de de uitvoering van diverse, ecotoxicologische mesocosm-experimenten. In diverse experimenten zijn eutrofiëringsverschijnselen waargenomen die samenhangen met een remming van de zoöplankton ontwikkeling onder invloed van toxicanten. Dit rapport geeft een overzicht van de door TNO uitgevoerde mesocosm experimenten, en geeft een aantal voorbeelden van het ontstaan van eutrofiëringsverschijnselen in relatie tot effecten van toxicanten op zoöplankton. Met voorbeelden wordt aannemelijk gemaakt dat de concentratie van bepaalde toxicanten in Noordzee-kustwater van nadelige invloed is geweest, en wellicht nog is, op het functioneren van calanoïde copepoden. Dit resulteert in een minder goede controle van de algendichtheid door het zoöplankton. Het risico op het optreden van eutrofiëringsverschijnselen lijkt dan ook toe te nemen met zowel het nutriënten aanbod als de toxicantenbelasting van de zee. Hieruit kan worden verondersteld dat in een schone zee het pelagische ecosysteem minder moeite heeft nutriënten te verwerken. Voor een integraal waterbeheer is het noodzakelijk rekening te houden met deze samenhang inzake microverontreiniging en eutrofiëring. De voorbeelden uit het rapport maken nog eens duidelijk dat in mesocosm- onderzoek cruciale factoren en processen, die de respons van het ecosysteem op een milieuverstoring bepalen, aan het licht komen zonder dat hun belang vooraf kon worden onderkent. Resultaten van mesocosm experimenten mogen evenwel niet zonder meer naar de open zee situatie worden vertaald. |
IMIS is ontwikkeld en wordt gehost door het VLIZ.