Zoeken
Zoeken kan via de modus 'eenvoudig zoeken' (één veld) of uitgebreid via 'geavanceerd zoeken' (meerdere velden). Zo kan je bv. zoeken op een combinatie van een auteursnaam (auteur), een jaartal (jaar) en een documenttype.
Boekenmand
Nuttige resultaten kan je aanvinken en toevoegen aan een mandje. De inhoud hiervan kan je exporteren of afdrukken (naar bv. PDF).
RSS
Op de hoogte blijven van nieuw toegevoegde publicaties binnen uw interessegebied? Dit kan door een RSS-feed (?) te maken van jouw zoekopdracht.
nieuwe zoekopdracht
Ballast water: An investigation into the presence of plankton organisms in the ballast water of ships arriving in Dutch ports, and the survival of these organisms in Dutch surface and port waters
Wetsteyn, L.P.M.J.; Vink, M. (2001). Ballast water: An investigation into the presence of plankton organisms in the ballast water of ships arriving in Dutch ports, and the survival of these organisms in Dutch surface and port waters. Rapport RIKZ = Report RIKZ, 2001(26). Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ): Middelburg. 71 pp.
Deel van: Rapport RIKZ = Report RIKZ. Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ): s-Gravenhage. ISSN 0927-3980, meer
| |
| Trefwoorden |
Anchorages > Harbours Aquatic communities > Plankton Aquatic organisms > Marine organisms Ballast Ecological crisis Health and safety > Public health Marien/Kust; Brak water |
| Auteurs | | Top |
- Wetsteyn, L.P.M.J.
- Vink, M.
|
|
|
| Abstract |
Het wereldwijde transport van ballastwater blijkt een effectieve distributie vector te zijn van talrijke uitheemse organismen. Lozing van dit ballastwater kan leiden en heeft geleid tot de introductie van deze organismen in allerlei zoete, brakke en zeewater milieus. In veel gevallen hadden deze onbedoelde introducties ernstige economische, ecologische of volksgezondheids gevolgen.De Internationale Maritieme Organisatie werkt aan regelgeving om het ballastwaterprobleem aan te pakken. Om een Nederlands standpunt te bepalen, initieerde de Directie Noordzee van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een aantal ballastwaterstudies. De te beantwoorden vragen van deze ballastwaterstudie waren: 1) welke organismen worden geïmporteerd in ballastwater van schepen die Nederlandse havens aandoen? en 2) kunnen deze organismen overleven in Nederlands oppervlakte- en havenwater?In de periode november 1998 -november 2000 werden ballastwatermonsters genomen aan boord van 30 schepen (containerschepen, multi purpose schepen, chemicaliëntankers en bulk carriers) in de havengebieden van Rotterdam, Amsterdam en Vlissingen. Het onderzochte ballastwater was in de meeste gevallen opgenomen in Europese havens of estuaria, maar ook cocktails van estuarien en oceanisch water werden bemonsterd. De temperatuur van het ballastwater verschilde altijd wel een paar graden met die van het havenwater. Het meeste bemonsterde ballastwater was afkomstig uit brak water- en zeewatergebieden; bijna alle havenwatermonsters werden geclassificeerd als brak water.In de geanalyseerde ballastwatermonsters werd een groot aantal soorten plankton aangetroffen. Het aantal fytoplanktonsoorten en de celdichtheden nam significant toe bij een kortere verblijftijd van het ballastwater in de tanks. Bij de analyse van de ballastwatermonsters werd een stringent onderscheid gemaakt tussen soorten die tot op soorts-, geslachts- of groepsniveau gedetermineerd konden worden. Er werden 122 soorten fytoplankton (voornamelijk diatomeeën en autotrofe dinoflagellaten), 37 soorten microzooplankton (voornamelijk heterotrofe dinoflagellaten en raderdieren) en 12 soorten mesozooplankton (watervlooien en copepoden) tot op soortsniveau gedetermineerd. De meeste soorten waren al bekend uit het Nederlandse fytoplankton monitoringprogramma, andere programma's en uit de literatuur. Er werden slechts 3 uitheemse soorten dinoflagellaten gevonden in de ballastwatermonsters. Verder werden in 6 tot 19% (afhankelijk van de soort) van de onderzochte ballast tanks diatomeeën, blauwwieren en dinoflagellaten gevonden, waarvan toxische effecten op mens en dier bekend zijn. In de geanalyseerde havenwatf!rmonsters werden 72 soorten fytoplankton (voornamelijk diatomeeën en autotrofe dinoflagellaten) en 17 soorten microzooplankton (voornamelijk heterotrofe dinoflagellaten) gedetermineerd tot op soortsniveau. Mesozooplankton soorten werden niet aangetroffen als gevolg van het kleine monstervolume.Incubatie van ballastwater bij temperaturen van 10 and 20 )°c in verschillende media en in gefiltreerd havenwater met saliniteiten van 0.3 tot 30 psu, resulteerde altijd in groei van zeker 5 tot 20 fytoplankton soorten. Ook een paar potentieel toxische fytoplankton soorten, die werden waargenomen in het ballastwater, groeiden in de gebruikte media. Vanwege de grote saliniteitstolerantie van fytoplankton werd er geen significant verband gevonden tussen het aantalopgekomen soorten en het saliniteitsverschil (saliniteitsverschil van het gebruikte medium en het ballastwater).Het blijkt dat tegelijk met ballastwater veellevend plankton in Nederlandse havens wordt aangevoerd, inclusief ongewenste uitheemse, toxische en potentieel toxische fytoplankton soorten. Na lozing van ballastwater overleeft een deel van de aangevoerde organismen in het Nederlandse oppervlakte- en havenwater. Bij de bemonsteringen werd steeds slechts een kleine hoeveelheid van het aan boord aanwezige ballastwater bemonsterd. Wanneer we onze result |
IMIS is ontwikkeld en wordt gehost door het VLIZ.