Zoeken
Zoeken kan via de modus 'eenvoudig zoeken' (één veld) of uitgebreid via 'geavanceerd zoeken' (meerdere velden). Zo kan je bv. zoeken op een combinatie van een auteursnaam (auteur), een jaartal (jaar) en een documenttype.
Boekenmand
Nuttige resultaten kan je aanvinken en toevoegen aan een mandje. De inhoud hiervan kan je exporteren of afdrukken (naar bv. PDF).
RSS
Op de hoogte blijven van nieuw toegevoegde publicaties binnen uw interessegebied? Dit kan door een RSS-feed (?) te maken van jouw zoekopdracht.
nieuwe zoekopdracht
Stomach temperature variations in a cape gannet Morus capensis as an index of foraging activity and feeding rates = Veranderingen van de temperatuur in de maag bij kaapse jan van genten als index van voedselopname en foerageersucces
Grémillet, D.; Cooper, J. (1999). Stomach temperature variations in a cape gannet Morus capensis as an index of foraging activity and feeding rates = Veranderingen van de temperatuur in de maag bij kaapse jan van genten als index van voedselopname en foerageersucces. Atlant. Seabirds 1(2): 49-56
In: Atlantic Seabirds. Seabird Group and Dutch Seabird Group: Sandy, Bedfordshire. ISSN 1388-2511
| |
| Abstract |
Van veel vliegende zeevogels zoals Jan van Genten Sulidae kan basale informatie over het foerageer-gedrag, over bijvoorbeeld het aantal en de frequentie van stootduiken worden vergaard door waarnemingen te doen op volle zee. Aanvullende informatie kan worden verzameld door de vogels met allerhande elektronische apparaten de zee op te laten vliegen. Zo zijn we met de huidige technische kennis in staat om satellietzenders of VHF radiozenders te ontwerpen die gemakkelijk door een vliegende vogel vervoerd kunnen worden, maar ook zijn er tal van apparaatjes ontwikkeld waarmee allerhande activiteiten van de vogels worden geregistreerd. Er zit uiteraard een grens aan wat met vogels kan worden meegegeven; het mag allemaal niet te zwaar worden. In dit artikel wordt het functioneren en worden de resultaten besproken van een apparaatje met een gewicht van 16g, waarmee ternperatuurveranderingen in de maag van bijvoorbeeld de Kaapse Jan van Gent Morus capensis konden worden vastgelegd. In oktober 1992 werden twee Kaapse Jan van Genten van Bird Island (Zuid Afrika) met dergelijke loggers uitgerust. De belangrijkste componenten waren een quartz-uurwerk, een PT100 thermometer, een geheugenchip (RAM) van 128 Kbytes, van stroom voorzien door een 6V lithium batterij. Het apparaatje werd aan de vogel 'toegediend' door het in een aangeboden vis te verstoppen. Bij terugkeer op het nest werd de vogel vervolgens gedwongen om de maaginhoud op te braken, waardoor de verzamelde gegevens eenvoudig konden worden uitgelezen.Acute afnamen in temperatuur, gevolgd door een exponentiële toename werden geïnterpreteerd als voedselopname (het inslikken en opwarmen van koude prooidieren). Daarnaast werden ook geleidelijke en dikwijls langdurige veranderingen van temperatuur geregistreerd, die bijvoorbeeld het gevolg waren van opwarming door langdurige activiteit (bijvoorbeeld vliegen). Bij de eerste vogel werden gegevens verzameld over een periode van in totaal 104 uren. Een dergelijke periode komt overeen met één enkele foerageertrip, die bij 'ongestoorde' soortgenoten vogels gemiddeld ongeveer 90 uren besloeg. In totaal werden in dit tijdsbestek 11 ingeslikte prooien geregistreerd, alle opgedoken tijdens daglicht (07:30-19:00u), waarvan 73% voor het middaguur (12:00u) werd bemachtigd. De eerste prooi werd al na 25 minuten opgedoken, waaruit bleek dat de afstand tot de eerste voedsel-patch buitengewoon gering was. De gemiddelde tijd (± SD) tussen verschillende prooien bedroeg 2.5 ± 2.5 uren (range 0.35-6.8 uren). Op basis van de 'klap' in de maagtemperatuur kon de grootte van de prooi worden ingeschat en deze bedroeg gemiddeld 136 ± 20g (range 58 ± 9g - 973 ± 146g). De mediane dagelijkse voedselopname bedroeg 254 ± 38g (n = 5, range 120 ± 18g - 1425 ± 214g). Het bleek dat de vogel 57% van de tijd rustend op zee had doorgebracht en 43% van de tijd vliegend en stootduikend. De gemiddelde temperatuur van de ingewanden beliep 39.8 ± 0.31°C in perioden van rust en 41.2 ± 0.74°C in tijden van activiteit (vliegen of stootduiken). Het aardige van de gevolgde methode is dat er bij de vogel uitwendig geen apparaatjes behoefden te worden aangebracht waardoor het dier in zijn bewegingen gehinderd werd. Bovendien werd een object ingebracht zonder het te implanteren, zodat er geen surgery shock kon zijn opgetreden. Al met al is deze methode een uiterst veelbelovende en bovendien diervriendelijke manier, waarmee belangrijke gegevens over de voedselstrategieën en voedselopnames van vrij in het wild levende zeevogels kunnen worden verzameld. |
IMIS is ontwikkeld en wordt gehost door het VLIZ.