Zoeken
Zoeken kan via de modus 'eenvoudig zoeken' (één veld) of uitgebreid via 'geavanceerd zoeken' (meerdere velden). Zo kan je bv. zoeken op een combinatie van een auteursnaam (auteur), een jaartal (jaar) en een documenttype.
Boekenmand
Nuttige resultaten kan je aanvinken en toevoegen aan een mandje. De inhoud hiervan kan je exporteren of afdrukken (naar bv. PDF).
RSS
Op de hoogte blijven van nieuw toegevoegde publicaties binnen uw interessegebied? Dit kan door een RSS-feed (?) te maken van jouw zoekopdracht.
nieuwe zoekopdracht
The diet of common gulls Larus canus breeding on the German North Sea coast = Het voedsel van op de Duitse kust broedende stormmeeuwen
Kubetzki, U.; Garthe, S.; Hüppop, O. (1999). The diet of common gulls Larus canus breeding on the German North Sea coast = Het voedsel van op de Duitse kust broedende stormmeeuwen. Atlant. Seabirds 1(2): 57-70
In: Atlantic Seabirds. Seabird Group and Dutch Seabird Group: Sandy, Bedfordshire. ISSN 1388-2511
| |
| Auteurs | | Top |
- Kubetzki, U.
- Garthe, S.
- Hüppop, O.
|
|
|
| Abstract |
Het voedsel van Stormmeeuwen Larus canus werd in het broedseizoen van 1995 in drie verspreid liggende kolonies in de Duitse Bocht onderzocht aan de hand van braakballen en uitwerpselen. De kolonie van Amrum bevond zich in het overgangsgebied tussen de Noordzee en de Waddenzee, Hallig Nordstrandischmoor bevindt zich in het grensgebied tussen Waddenzee en vasteland, Lühesand is een kolonie op een eilandje in de rivier de Elbe en dit gebied wordt nog juist door het getij beïnvloed. De Stormmeeuwen maakten gebruik van een grote verscheidenheid van voedselbronnen. Stormmeeuwen in de beide aan de kust gesitueerde kolonies foerageerden vooral in de Waddenzee en braakten dus vooral resten van kreeftachtigen Crustacea, borstelwormen Polychaeta en schelpdieren Bivalvia uit. De meest gegeten vissen waren kabeljauwachtigen en Spiering Osmerus eperlanus. Visafval, afkomstig van vissersschepen in het gebied, werd regelmatig aangetroffen in de broedperiode, maar veel minder nadat de jongen uitgekomen waren. Meeuwen van beide kolonies zochten ook voedsel op het land (regenwormen, insecten). Op Lühesand zochten de broedende Stormmeeuwen vrijwel uitsluitend op het land (regenwormen, insecten, kleine zoogdieren en vruchten); de rivier de Elbe met haar droogvallende zandplaten werd vrijwel niet door foeragerende vogels bezocht. In elk van de kolonies veranderde de prooikeuze in de loop van het broedseizoen. Over het algemeen nam het percentage zoogdieren in het dieet toe, terwijl dat van vis en schelpdieren afnam. Op Lühesand bevatten veel braakballen in de kuikenfase kersenpitten,waaruit bleek dat de Stormmeeuwen vaste gasten waren van de omliggende kersenboomgaarden. Stormrneeuwen zijn wijd verbreid in de Duitse Bocht, maar de grootste aantallen komen in de kustwateren en in het Waddengebied voor, vooral in de mondingen van de Elbe en de Weser. Alleen garnalenkotters vlak onder de kust werden door Stormmeeuwen bezocht (maximaal 150 exemplaren tegelijkertijd). Doortrek van Stormmeeuwen in de Duitse Bocht (waarnemingen Helgoland) is sterk in maart en april (noordwaarts), zwak in juli (zuidwaarts) en opnieuw sterk in november (zuidwaarts). |
IMIS is ontwikkeld en wordt gehost door het VLIZ.