Zoeken
Zoeken kan via de modus 'eenvoudig zoeken' (één veld) of uitgebreid via 'geavanceerd zoeken' (meerdere velden). Zo kan je bv. zoeken op een combinatie van een auteursnaam (auteur), een jaartal (jaar) en een documenttype.
Boekenmand
Nuttige resultaten kan je aanvinken en toevoegen aan een mandje. De inhoud hiervan kan je exporteren of afdrukken (naar bv. PDF).
RSS
Op de hoogte blijven van nieuw toegevoegde publicaties binnen uw interessegebied? Dit kan door een RSS-feed (?) te maken van jouw zoekopdracht.
nieuwe zoekopdracht
Mineralogical composition and origin of marine clays in the Poitou coastal plain (France)
Nijs, R. (1975). Mineralogical composition and origin of marine clays in the Poitou coastal plain (France). Pedologie 25(2): 126-133
In: Pedologie: Bulletin van de Belgische Bodemkundige Vereniging = Pédologie: Bulletin de la Société belge de pédologie. Belgische Bodemkundige Vereniging = Société belge de Pédologie: Gent. ISSN 0079-0419, meer
| |
| Trefwoorden |
Aquatic sciences > Marine sciences > Geology > Marine geology Composition > Mineral composition Marais Poitevin [Marine Regions] Marien/Kust |
| Abstract |
Met behulp van de X-straal-diffraktietechniek werd de mineralogische samenstelling onderzocht van een welgekozen reeks Holocene zeekleimonsters, afkomstig uit het Marais Poitevin, de grootste van de vier kustvlakten tussen de monding van de Loire en de Garonne. Deze zeeklei of. “bri” bleek hoofdzakelijk te bestaan uit goed gekristalliseerd illiet en kaoliniet, en een belangrijke hoeveelheid beidelliet. Verder kwamen nog wat chloriet, vermiculiet en geïnterstratifieerde mineralen voor.Vergelijkt men deze samenstelling met die van het recent alluvium van de plaatselijke rivieren, dan stelt men een kwalitatieve verwantschap vast, die een verre oorsprong van de zeeklei onwaarschijnlijk maakt. Kwantitatief verschilt het alluvium echter door een geringer illietgehalte en een overwicht van (meestal geïnterstratifieerde) illietafbraakprodukten. De kleimineralen-associatie van het alluvium werd immers overgeërfd van de bodems van de streek (Juramergelverweringsbodems), waarin illiet pedogenetisch wordt omgezet tot open illiet, vermiculiet, beidelliet en een hele gamma interstratifikaties. Vermoedelijk werden de kleimineralen van het alluviaal materiaal, waarin het illietrooster nog tamelijk gaaf bewaard was gebleven, door agradatie in marien milieu weer tot illiet omgezet; vandaar het geringer aantal interstratifikaties en de betere kristallisatiegraad bij de zeeklei.Tenslotte moet een belangrijk deel van de enorme “bri” -hoeveelheden afkomstig zijn van de voor de kust gestockeerde sedimenten, die daar werden afgezet tijdens de afbraak van de Juramergel op het land gedurende de pleistocene erosiefasen met lage zeespiegelstand. De zeeklei of. “bri” zou dus een (hoofdzakelijk onrechtstreekse) kontinentale en lokale oorsprong hebben. |
IMIS is ontwikkeld en wordt gehost door het VLIZ.