Zoeken
Zoeken kan via de modus 'eenvoudig zoeken' (één veld) of uitgebreid via 'geavanceerd zoeken' (meerdere velden). Zo kan je bv. zoeken op een combinatie van een auteursnaam (auteur), een jaartal (jaar) en een documenttype.
Boekenmand
Nuttige resultaten kan je aanvinken en toevoegen aan een mandje. De inhoud hiervan kan je exporteren of afdrukken (naar bv. PDF).
RSS
Op de hoogte blijven van nieuw toegevoegde publicaties binnen uw interessegebied? Dit kan door een RSS-feed (?) te maken van jouw zoekopdracht.
nieuwe zoekopdracht
Bijdrage tot de kennis der mariene fauna van de Belgische kust (III). Waarnemingen aangaande het voorkomen, de voortplanting, de settling en de groei van Crepidula fornicata (L.)
Polk, P. (1962). Bijdrage tot de kennis der mariene fauna van de Belgische kust (III). Waarnemingen aangaande het voorkomen, de voortplanting, de settling en de groei van Crepidula fornicata (L.). Ann. Soc. R. Zool. Bel. 92(1): 47-80
In: Annales de la Société Royale Zoologique de Belgique = Annalen van de Koninklijke Belgische Vereniging voor Dierkunde. Société Royale Zoologique de Belgique: Bruxelles. ISSN 0771-5528
| |
| Trefwoorden |
Taxa > Species > Introduced species Crepidula fornicata (Linnaeus, 1758) [WoRMS] Spuikom [Marine Regions] Marien/Kust |
| Abstract |
1. In België werden de eerste Crepidula's waargenomen op 28-9-1911. In 1959 vormden zij een oesterpest. 2. De eerste Crepidula’s in België zijn ingevoerd met zaaioesters uit Engeland. Later met zaaioesters uit Nederland. 3. De verspreiding gebeurt waarschijnlijk door de verspreiding van volwassen exemplaren, vastgehecht op oesters. Larvale verspreiding is verantwoordelijk voor plaatselijke uitbreiding. 4. In Oostende worden de larven aangetroffen van half mei tot einde november en zwemmen de larven rond gedurende een periode van ongeveer twaalf dagen. Het grootste aantal larven wordt waargenomen in mei en juni. Een tweede bloeiperiode is merkbaar in september. 5. Bij de vasthechting werd een Voorkeur gevonden voor een diepte van min of meer 65 cm onder het wateroppervlak. 6. De sterkste vasthechting gebeurt in mei en vermindert tot in Oktober. 7. Na twee maanden vormden de dieren reeds kettingen bestaande uit gemiddeld 4 individuen. 8. De sterkste groei gebeurt van mei tot einde augustus. Op 5 maanden tijd werd een lengte bereikt van 24,1 mm. 9. Enkel deze individuen die zich vastgehecht hebben in mei en juni worden later in grote aantallen teruggevonden. 10. Bij 4 maanden oude Crepidula's werden legsels teruggevonden. Het aantal eieren bedroeg gemiddeld 1.500 exemplaren. |
IMIS is ontwikkeld en wordt gehost door het VLIZ.