
Over het archief
In 2012 verloren we Jean Jacques Peters, voormalig ingenieur van het Waterbouwkundig Laboratorium (1964 tot 1979) en internationaal expert in sedimenttransport, rivierhydraulica en -morfologie. Als eerbetoon aan hem hebben we potamology (http://www.potamology.com/) gecreëerd, een virtueel gedenkarchief dat als doel heeft om zijn manier van denken en morfologische aanpak van rivierproblemen in de wereld in stand te houden en te verspreiden.
Het merendeel van z’n werk hebben we toegankelijk gemaakt via onderstaande zoekinterface.
[ meld een fout in dit record ] | mandje (0): toevoegen | toon |
![]() |
Vertical slot vispassage op de Schelde te Merelbeke: hydraulisch ontwerp Visser, K.P.; Buysse, D.; Goormans, T.; Vanderkimpen, P.; Viaene, Peter (2025). Vertical slot vispassage op de Schelde te Merelbeke: hydraulisch ontwerp. Versie 4.0. WL Rapporten, 18_144_1. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. XI, 151 + 15 bijl. pp.
Deel van: WL Rapporten. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen.
|
Beschikbaar in | Auteurs |
| |
Documenttype: Projectrapport |
Auteurs | Top | |
|
|
Abstract |
Gekozen werd voor een dubbele vertical slotvispassage met toegevoegd debiet, naar voorbeeld van een al gerealiseerde en goed gemonitorde vispassage op de Elbe te Geesthacht (Duitsland). De vispassage bestaat uit 40 bekkens met een verval van circa 0,09 m per bekken bij het grootste verval (gemiddeld laagwater) onder normale tijcondities van circa 3,6 m. De slots hebben een breedte van 0,7 m en een minimale diepte van 1,3 m bij het grootste verval. De bekkens zijn 6 meter lang en 9 meter breed. Afhankelijk van de dagelijkse fluctuatie van het afwaartse en opwaartse waterpeil varieert het vispassagedebiet tussen circa 1,2 en 2,4 m3/s (en bij opwaarts streefpeil ligt deze tussen circa 1,5 en 2 m3/s). Bij gemiddeld hoogwater neemt het totale verval over de vispassage af tot circa 0,7 m onder normale tijcondities, waardoor ook de vervallen per bekken afnemen van circa 0,09 tot 0,005 m. Om bij deze lagere vervallen toch voldoende lokstroom in de monding en ook in vispassage zelf te behouden wordt er in een aantal bekkens en in het mondingskanaal een toegevoegd debiet ingelaten via buizen. De grootte van dit toegevoegd debiet varieert met het afwaarts waterpeil (tij) door middel van schuiven die gekoppeld zijn aan vlotters. Ook worden automatisch afsluitbare schuiven op de buizen voorzien om deze te kunnen afsluiten met oog op peilbeheer bij te weinig beschikbare afvoer. Afhankelijk van het afwaartse waterpeil varieert het toegevoegd debiet in de bekkens van 0 tot circa 2 m3/s en in het mondingskanaal van circa 1 tot 2 m3/s. Ter hoogte van de instroom worden een afsluitconstructie (hefschuif) en een monitoringzone voorzien. In de monitoringzone worden faciliteiten (zoals sponningen en verdieping) voorzien om fuiken, een vangkooi en/of andere monitoringsapparatuur te kunnen plaatsen. Ter plaatse van de monding wordt tevens krabbenval voorzien om de migratie van de Chinese wolhandkrab te voorkomen. Zowel de opwaartse afsluitconstructie (hefschuif) als de schuiven van het toegevoegd debiet worden voorzien van een automatische aansturing op basis van metingen van het opwaartse waterpeil en het berekende debiet over de stuwen op basis van de stuwstanden. Regelvoorwaarden voor beide type schuiven werden voorgesteld. |
Top | Auteurs |